Biedt een modelovereenkomst voldoende zekerheid?

In modelovereenkomsten staan bepalingen als: ‘Opdrachtnemer deelt zijn werkzaamheden zelfstandig in en is ook bij de uitvoering geheel zelfstandig’ of ‘Opdrachtnemer verricht zijn werkzaamheden naar eigen inzicht en zonder toezicht of leiding. Opdrachtgever kan wel aanwijzingen en instructies geven omtrent het resultaat van de opdracht’.

Hoe gaat de Belastingdienst controleren of er volgens deze overeenkomsten wordt gewerkt? En wat zijn de gevolgen? Staatssecretaris Wiebes heeft deze en andere vragen beantwoord over het gebruik van de modelovereenkomsten.

Geen gezagsverhouding
De genoemde bepalingen benadrukken dat de opdrachtnemer zelf bepaalt hoe hij werkt en dat de opdrachtgever alleen zeggenschap heeft over het resultaat van de werkzaamheden. Aanwijzingen over het resultaat van de opdracht zijn ook een vorm van gezag, maar ze vormen niet een gezagsverhouding als bedoeld in een arbeidsovereenkomst. Bij aanwijzingen over de opdracht gaat het meer over de inhoud van de opdracht en niet zozeer over hoe de opdrachtnemer de werkzaamheden moet uitvoeren. Of er feitelijk wordt gewerkt conform deze bepalingen kan de Belastingdienst bijvoorbeeld achteraf controleren met een waarneming ter plaatse. Maar ook bijvoorbeeld door eventueel vastgelegde werkafspraken en andere vastleggingen te beoordelen.

Controles
Uit de antwoorden van de staatssecretaris blijkt maar weer eens dat de Belastingdienst wel degelijk gaat controleren of er volgens de modelovereenkomst wordt gewerkt. Het gaat daarbij niet alleen om bijvoorbeeld het gebruik van eigen gereedschap, maar ook om de meer algemene bepalingen over de aard van de arbeidsverhouding. Als de Belastingdienst achteraf kan aantonen dat er in afwijking van genoemde bepalingen een dienstbetrekking was, zal hij de opdrachtgever een correctieverplichting of naheffingsaanslag opleggen.